Echte Honkvaste Haarlemmers
1815 Naamsverwisseling: Jacobus of Albertus Mes?
1842 Familie Mes, Napoleon en naar de Barrebiesjes gaan
1856-2004 Woninginrichters
1889 Oma Mes-Gubbels, Fam Melchior en Spaarndam
1935 Schoten
1812 De veldtocht naar Moscow
Mars naar Moskou
(volgens Wikipedia)
De veldtocht begon op 23 juni 1812. Napoleon had kort tevoren een laatste bod voor vrede gestuurd naar Sint-Petersburg. Hij kreeg echter nooit antwoord en dus gaf hij bevel om Russisch Polen binnen te trekken. Hij verklaarde: "Over twee maanden vraagt Rusland mij om vrede" ('Avant deux mois, la Russie me demandera la paix'). Dat bleek echter een misvatting.
Napoleon hoopte op een snelle veldtocht in Polen met een leger van ongeveer 500.000 man. Toen Rusland merkte hoe groot het leger van Napoleon was, trokken de Russen zich terug. Napoleon ontmoette aanvankelijk dan ook weinig weerstand en trok snel het vijandelijk gebied binnen. De Russischeopperbevelhebber Barclay weigerde om te vechten ondanks het aandringen van Bagration. Verschillende malen probeerde hij een sterke defensieve positie op te zetten, maar elke keer bleek het oprukkende Franse leger te snel voor hem om zijn voorbereidingen te voltooien, waardoor hij steeds weer gedwongen was om zich terug te trekken. Dit wordt vaak een voorbeeld genoemd van de tactiek van de verschroeide aarde. Hierbij werden alle voorraden weggehaald en zelfs de waterputten vergiftigd, waardoor er in het Franse leger allerlei besmettelijke ziekten uitbraken. Napoleon werd door deze tactiek gedwongen om het gebied steeds verder binnen te gaan met gebrek aan voorraden en vele schermutselingen. Op 15 augustus, Napoleons verjaardag, trokken zijn troepen de rivier de Dnjepr over.
De politieke druk op Barclay om de strijd aan te gaan en zijn hardnekkige weigering, die door het volk als onvergeeflijk werd beschouwd, leidde eerst tot grote ruzies tussen hem en Bagration, en later zelfs tot zijn ontslag van de positie van opperbevelhebber en hij werd daarop vervangen door de opschepperige, maar populaire generaal Michail Koetoezov. Ondanks zijn retoriek dat hij het anders zou doen, bleef hij in wezen precies dezelfde weg volgen als Barclay had gedaan, omdat hij meteen wel zag dat een directe confrontatie met de Fransen in het open veld zou leiden tot het onnodig opofferen van zijn legers. Hij wist uiteindelijk, na de onbesliste Slag bij Smolenskvan 16 tot 18 augustus, een defensieve positie te creëren bij Borodino.
De Slag bij Borodino was de bloedigste dag uit de veldtocht
De Slag bij Borodino op 7 september was de bloedigste strijddag in de napoleontische oorlogen. Het Russische leger kon slechts de helft van zijn troepen mobiliseren op 8 september en werd gedwongen zich terug te trekken, terwijl Bagration gewond raakte. Tijdens het terugtrekken viel de weg naar Moskou open. Koetoezov gaf daarop opdracht om de stad te evacueren. Bagration stierf 5 dagen na de slag aan zijn verwondingen.
Op dat punt waren de Russen erin geslaagd om grote aantallen versterkingen aan het leger toe te voegen, waardoor het totale aantal van de landtroepen in 1812 op hun hoogtepunt kwam met 904.000 man. Hierbij moeten misschien nog eens 100.000 uit de nabije omgeving van Moskou worden opgeteld, die bestonden uit de verspreide troepen van Koetoezov na de slag bij Borodino, die zich toen aan het hergroeperen waren.
Inname van Moskou
Napoleon trok daarop met zijn legers na een tocht van 82 dagen over 800 kilometer op 14 september een lege stad binnen die ontdaan was van al haar voorraden op bevel van haar gouverneur Fjodor Rostoptsjin. Hij had toen al meer dan de helft van zijn leger verloren, zonder dat hij de Russen een beslissende slag had kunnen toebrengen. Napoleon had vertrouwd op de klassieke regels van oorlogvoering, waarbij hij had gehoopt dat na de verovering van de "tweede hoofdstad" (Sint-Petersburg was op dat moment de hoofdstad) tsaar Alexander I zijn capitulatie zou aanbieden op de Poklonnajaheuvel, maar het Russische opperbevel gaf zich niet over. In plaats daarvan braken er branden uit in Moscow, die bleven branden van 14 tot 18 september. Moskou bestond voor vijf zesde uit houten gebouwen, die bijna allemaal in vlammen opgingen, waardoor de Fransen geen beschutting meer hadden. Aangenomen wordt dat de branden werden aangestoken door Russische saboteurs in opdracht van militaire gouverneur Fjodor Rostoptsjin. Daarbij had deze ook bevel gegeven om alle bluspompen samen met de mannen die ze moesten bedienen te evacueren. Door de langdurige branden ging alles wat de Fransen van nut kon zijn zoals de voedselvoorraden, graanschuren, pakhuizen met textiel en leer in de vlammen op.
Napoleon zou later verklaren dat als hij veertien dagen later uit Moskou was vertrokken, hij Koetoezovs leger, dat bij Taroetino was gelegerd, had kunnen vernietigen. Hoewel dit de verdediging van Rusland niet weerloos zou hebben gemaakt, zou hij daarmee het land wel hebben ontdaan van het enige leger dat in staat was om de Fransen te treffen in de strijd.
Vertrek uit Moskou en de terugtocht in 1812
Vanwege het gebrek aan voedsel en een dreigende Russische aanval vertrok Napoleon uiteindelijk op 20 oktober zonder een capitulatieverklaring of een antwoord op zijn vredesvoorstel aan tsaar Alexander I uit de stad en begon aan de lange weg terug. Gedurende het vijf weken durende verblijf in Moskou verloren de Fransen 15.500 man. De rancuneuze Napoleon gaf echter, voor het verlaten van de stad, nog opdracht om het Kremlin, de oude citadel die dateert van de stichting van de tsarenmonarchie der Romanovs, en alle nog intact zijnde openbare gebouwen te verwoesten. Vele ontstekers lieten het echter afweten en al was de schade groot, het Kremlin werd niet echt verwoest.
Het bedreigende leger van Koetoezov en de Kozakkenaanvallen dwong de resten van de Grande Armée dezelfde route te nemen over Smolensk, Korytnia, Nov, Krasny, Ladi, Orsja, door verlaten en verwoeste steden en dorpen heen, als op de heenweg. Koetoezov zette opnieuw partizanentactieken in, waarbij constant steekaanvallen werden gedaan op de Franse troepenlijn waar deze het zwakst was. De lichte Russische cavalerie, waaronder bereden kozakken, viel geïsoleerde Franse eenheden aan en verspreidden die. Op deze terugtocht vernam Napoleon na het verlaten van Smolensk dat de Russische bevelhebberMalojaroslavets hem bij Krasny de pas zou afsnijden. Om zich te wapenen tegen een eventuele gevangenschap verzocht Napoleon dokter Yvan hem een dosis vergif te bereiden dat hij voortaan in een zwart zijden zakje om zijn nek droeg.
De bevoorrading van het leger werd onmogelijk: door het gebrek aan gras raakten de overgebleven paarden van het leger verzwakt, waarbij ze bijna allemaal stierven of werden gedood door hongerige soldaten. Omdat de paarden verdwenen, hield de Franse cavalerie ook op te bestaan, waardoor cavaleriesoldaten gedwongen werden om in hun ongemakkelijke kaplaarzen verder te lopen. Daarnaast betekende het ontbreken van paarden dat kanonnen en wagens moesten worden achtergelaten, waardoor het leger zonder artillerie en bevoorradingskonvooien kwam te zitten. Hoewel het Franse leger na de veldtocht in 1813 al vrij snel het gebrek aan artillerie wist aan te vullen, vormde de achterlating van de bevoorradingswagens een enorm probleem voor het verdere verloop van de oorlog, aangezien duizenden van de beste militaire wagens werden achtergelaten in Rusland. De honger dreef de soldaten er verder toe om alles te eten wat maar voorhanden was, paarden en zelfs honden en katten. Toen honger en ziektes hun tol begonnen te eisen en de koude herfstregens overgingen in de ijskoude winter, waarbij bevriezing nog meer levens eiste, vloog ook het aantal soldaten dat deserteerde omhoog. De meesten van deze deserteurs werden echter ofwel gevangengenomen of direct geëxecuteerd door Russische boeren. Het Russische woord sjaromyzjnik (Russisch: шаромыжник; "bedelaar", "bedrieger") komt van het Franse 'cher ami' ("beste vriend"), aangezien de soldaten de lokale bevolking om hulp smeekten tijdens de extreem koude winter. De alomtegenwoordige kozakken die de slinkende Grande Armée als hyena's beslopen, grepen de achterblijvers en de gewonden en beroofden hen van de buit uit Moskou. Toen de koude feller werd, schiepen de kozakken er een genoegen in om deze ongelukkigen tot op de blote huid uit te kleden en hen naakt achter te laten in de besneeuwde wildernis.
De Slag aan de Berezina zorgde voor een nieuwe nederlaag, doordat Koetoezov, die had besloten dat de tijd rijp was voor een open veldslag, het gedeelte van het Franse leger aanviel en vernietigde dat nog niet de brug over de Berezina was overgetrokken. Napoleon en zijn directe entourage (de Keizerlijke Garde, zijn secretariaat, de schatkist en zijn uit Moskou geroofde privé-buit) wist evenwel samen met het meest weerbare deel van zijn leger te ontsnappen naar Vilnius over een door Nederlandse pontonniers onder bevel van George Diederich Benthien te Stoedzjenka gebouwde noodbrug over de Berezina. Dit slaagde deels door een list (generaal Tsjitsjagov werd door desinformatie naar het zuiden gestuurd) en deels door incompetentie van ruziënde Russische generaals: Wittgenstein wilde zich niet onder het bevel van Tsjitsjagov plaatsen en negeerde de bevelen van Koetoezov.
Begin november 1812 vernam Napoleon dat generaal Claude de Malet gepoogd had om een staatsgreep te plegen in Frankrijk. Hij verliet op 5 december[2] het leger in een arrenslee om terug te keren naar huis en liet het bevel over het leger over aan maarschalk Joachim Murat met het bevel Vilnius niet uit handen te geven. Zijn vroegtijdig vertrek zette kwaad bloed, omdat hij hiermee zijn leger in de steek liet. Murat deserteerde vervolgens om zijn Koninkrijk Napels te verdedigen, waarbij hij het bevel over het leger liet aan Napoleons voormalige stiefzoon Eugene de Beauharnais.
In de daaropvolgende weken slonk de Grande Armée, die de oversteek van de Berezina overleefd had, sterk in aantal door ondervoeding en de extreme koude. Men ging zich zelfs te buiten aan kannibalisme. Het sterk uitgedunde leger sjokte bij zeer strenge vorst verder tot zij op 7 december in een van oorlogsgeweld gespaard Vilnius aankwamen, daarna verder in westelijke richting tot een spookleger in het Oost-Pruisische Koningsbergen aankwam, waar Franse reserve-eenheden gestationeerd waren. Twee dagen eerder vertrok Napoleon richting Parijs waar hij op 18 december arriveerde. De keizer vond dat nu zijn aanwezigheid in Parijs geboden was, in het belang van Frankrijk, het keizerrijk en het leger zelf. In een communiqué in het Franse staatsblad "Le Moniteur" kondigde Napoleon zijn terugkomst aan met de woorden: "De Keizer is op weg naar Parijs en heeft zich nooit beter gevoeld". Deze boodschap had hij al op 3 december in Molodechno opgeschreven in het 29e Bulletin van de veldtocht met de toevoeging dat deze pas op 16 december mocht kenbaar gemaakt worden. Hij liet in dit bericht na de omvang van zijn nederlaag te vermelden.
Van Napoleons leger overleefden slechts ongeveer 20.000 man de veldtocht. De Russen verloren tijdens de weinige gevechten in het open veld ongeveer hetzelfde aantal soldaten, maar de verliezen onder de burgerbevolkingen langs het verwoeste oorlogspad lagen veel hoger. In totaal kwamen ongeveer 1 miljoen mensen om het leven, ongeveer gelijk verdeeld tussen de Fransen en de Russen. De militaire verliezen bedroegen: 300.000 Fransen, 70.000 Polen, 50.000 Italianen, 80.000 Duitsers en mogelijk 450.000 Russen. De Fransen verloren daarnaast ongeveer 200.000 paarden en meer dan 1000 stukken artillerie. Toen de eerste Russische kozakken het Duitse grondgebied binnentrokken, liepen de Pruisen en verscheidene andere Duitse staten massaal over naar de Russen, wat leidde tot de Zesde Coalitie. De aanname dat het overgrote deel van Napoleons Grade Armée de terugtocht uit Rusland niet overleefde is sinds een groot internationaal congres in Moskou steeds meer betwist. Diverse historici, waaronder Hay, beargumenteren dat niet alle soldaten omkwamen, maar dat de legeronderdelen simpelweg desintegreerden. De deserteurs werden krijgsgevangen gemaakt en georganiseerd in de nieuwe Nederlandse krijgsmacht.[3]
Er zal nauwelijks een bekendere infographic bestaan dan de kaart van Charles Joseph Minard die de rampzalige veldtocht van Napoleons troepen in Rusland.
"Minards Carte figurative des pertes saccessives en hommes de lífllrmée Française dans la campagne de Russie 1812-1813" speelde op het gebied van visuele informatie een voortrekkersrol en werd in 1869 gepubliceerd. Infographics goeroe Edward Tufte roemt het in zijn The Visual Display of Quantetive information “mogelijk de beste statistische grafiek ooit”. De grafiek - eigenlijk een “stroomkaart° - laat diverse variabelen zien in één enkel tweedimensionaal beeld:
- De omvang van Napoleons troepen;
- De geografische coördinaten van de voortschrijdende en terugtrekkende legers;
- De richting waarin de troepen zich bewogen;
-De locatie van de legers op bepaalde tijdstippen;
-De omgevingstemperatuur tijdens de í terugtocht.